Bepaal ook je sportdoel SMART

Sportdoelen SMART maken

In 2018 meer gaan sporten is een veelgehoord goed voornemen. Maar waarom lukt het zoveel mensen niet om dit het hele jaar vol te houden? Een paar valkuilen van ‘meer willen sporten’ zijn: te hard van stapel lopen, een te moeilijk doel stellen of te veel willen bereiken in een te korte tijd. Om te voorkomen dat je goede voornemen eindigt in een teleurstelling, kun je jouw sportdoel opstellen met behulp van de SMART-methode. S.M.A.R.T. staat voor specifiek, meetbaar, acceptabel en/of activerend, realistisch en tijdsgebonden. Deze voorwaarden zorgen ervoor dat de kans groter is dat je het doel bereikt. We geven je zes voorbeelden.

Specifiek

Bepaal je doel zo concreet mogelijk. Wat wil je bereiken? “Meer sporten” is niet voldoende. Kies welke sport je gaat doen, wat je ermee wil bereiken en de benodigde details (bijvoorbeeld frequentie).  Voorbeeld: ‘drie keer per week een uur wandelen, zodat je op zomervakantie in Portugal kunt hiken.’

Meetbaar

Zorg ervoor dat je doel meetbaar is. Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn. Voorbeeld: ‘twee keer per week fitnessen’. Markeer in een trainingsdagboek (app, kalender, agenda) hoe vaak je gaat.

Acceptabel

Is je doel acceptabel, oftewel: heb je een reden om je doel te willen behalen? Bedenk goed of je het doel daadwerkelijk moet bereiken en of je gekozen voornemen dit doel ondersteunt. Goed voorbeeld: Je begint aan krachttraining. Je BMI is namelijk te hoog en om je gezondheid te verbeteren wil je afvallen. Dat is een acceptabele reden. Slecht voorbeeld: Je gaat hardlopen. Je wil namelijk niet achterblijven bij je collega’s die allemaal trainen voor de Dam tot Damloop (eigenlijk vind je hardlopen helemaal niet leuk).

Activerend

De A kan ook staan voor ‘activerend’: krijg je er energie van en heb je zin om eraan te beginnen? Voorbeeld: ‘100 km koersen met de racefiets’, maar je hebt een hekel aan fietsen en gaat met flinke tegenzin naar de training. Kies dan beter een activiteit waar je wél energie van krijgt (wandelen of hardlopen bijvoorbeeld).

Realistisch

Om te bepalen of je doel realistisch is, kun je het volgende doen: beeld je in dat een vriend(in) van jou hetzelfde doel heeft. Zou hij/zij het kunnen waarmaken? Vaak zijn we voor onszelf te streng en leggen we de lat te hoog, maar kunnen we voor anderen prima bepalen wat een reëel doel is. Een realistisch doel is niet te makkelijk, maar ook niet te moeilijk.

 

Voorbeeld: je wil een marathon rennen, maar je hebt nog nooit hardgelopen. Ga dan eerst voor het uitlopen van 10 kilometer binnen een uur. Train daar een paar maanden voor. Heb je dat doel bereikt, dan kun je een volgend doel stellen.

Tijdgebonden

Bepaal een datum waarop je het doel bereikt wil hebben, of een periode waarbinnen je aan je doel wil werken. Verdeel ook dit tijdsblok in ‘tussenstops’: zo kun je bijvoorbeeld van maand tot maand bekijken hoe het gaat met je doel en wat je eraan moet doen om het vol te houden. Voorbeeld: je wilt in het voorjaar van een bepaald jaar een marathon lopen, maar je hebt geen hardloopervaring. Plan dan in de zomer van het jaar daarvoor eerst een run van 10 km. Train daar naartoe en bekijk na het behalen van dit doel hoe het ging. Wat wordt je volgende stap?