Mindfulness op het werk: drie basisprincipes om te onthouden

Mindfulness op het werk

Mindfulness is in korte tijd mainstream geworden: iedereen heeft er wel eens van gehoord. Je hoeft gelukkig niet meer bang te zijn dat je voor zweverig wordt uitgemaakt als je je met mindfulness bezighoudt. Steeds meer onderzoeken wijzen op de gunstige effecten ervan en sommige bedrijven bieden hun werknemers ook regelmatig cursussen mindfulness aan. Want hoe doe je dat, mindfull zijn op je werk? Je komt al een heel eind als je deze drie basisprincipes voor ogen houdt.

1. Doe één ding met aandacht

Mindfulness draait voor een heel groot deel om aandacht. Jij bepaalt waar je aandacht aan besteedt en waar niet aan. En je voelt je prettiger als je datgene wat je doet ook echt met al je aandacht doet. Zo voorkom je dat je op de automatische piloot leeft en jezelf daardoor voortdurend voorbij rent.

Stop dus met multitasken. Hoe efficiënt het ook lijkt, je hersenen zijn in werkelijkheid voortdurend aan het omschakelen tussen de verschillende taken. Daarmee verspil je juist enorm veel energie. Je kunt beter één taak kiezen en die met al je aandacht doen. Daarna rond je de taak bewust af en las je een korte pauze in voordat je verder gaat met een volgende taak.

 

Een veel geadviseerde verhouding is daarbij 25 minuten werken aan één taak en dan 5 minuten pauze. Meer over het afwisselen van geconcentreerd werken en korte pauzes lees je trouwens in onze blog over de Pomodoro-techniek.

2. Creëer je eigen rustmomenten

Over pauzes gesproken: ook die hebben het meeste effect als je er met je volledige aandacht bij bent. Drink je bijvoorbeeld een kopje thee, lees dan niet tegelijkertijd je mail. Voel de warme beker in je handen en ruik en proef de thee bewust.

 

Hetzelfde geldt voor een stukje lopen: van je lunchwandeling tot (bijvoorbeeld) je dagelijkse loopje van het treinstation naar kantoor. Probeer niet tegelijkertijd met je telefoon bezig te zijn. Hoor de vogels fluiten en voel de frisse buitenlucht of de warmte van de zon op je gezicht. Zo kan buiten zijn een ideaal rustmoment vormen.  

Op die manier kun je handelingen die je eerder niet ontspannend, maar puur noodzakelijk vond, ombouwen tot echte rustmomentjes. Daarna kun je weer opgeladen (of juist ontladen) verder werken. Daarnaast kun je in je pauzes natuurlijk ook ‘echte’ ontspanningsoefeningen doen. Daarover lees je meer in onze blog over ontspanningsoefeningen op het werk.

3. Bewaak je grenzen

Merk je dat het je niet meer lukt om je aandacht bij één ding te houden en genoeg rustmomenten in te lassen? Dan gaat er ergens iets niet goed. Waarschijnlijk laat je je toch weer te veel meeslepen door moeten, moeten, moeten. Daar zijn we als mens nu eenmaal goed in. Het valt niet mee om onze eigen grenzen te bewaken.

Toch kun je, als je eenmaal met mindfulness bent begonnen, jezelf trainen in het bewaken van je eigen rust. Je gaat afleidingen steeds beter herkennen en je kunt er dan ook voor kiezen om er niet in mee te gaan. Moet je echt om de 10 minuten je e-mail checken of elk telefoontje opnemen? Heeft het zin om, als er een zorgelijke gedachte in je opkomt, daar de rest van de ochtend over te blijven malen? Mindfulness helpt je bij het kiezen van datgene waar jij je aandacht aan wilt besteden.

 

Hoe beter dat lukt, hoe meer rust en overzicht je in je hoofd krijgt. Je laat je minder leiden door stress en emoties en je kunt helderder denken, meer informatie opnemen en je beter concentreren. Werknemers blijken in zo’n toestand ook nog eens creatiever, productiever en gewoon gezelliger te zijn. Ze maken minder fouten en zijn minder vaak ziek. Kortom: alle reden om zo snel mogelijk te beginnen met mindfulness op de werkvloer.