Lichaamstaal op de werkvloer: een subtiel, maar krachtig middel

Lichaamstaal op het werk

Je staat er waarschijnlijk niet zo bij stil, maar onze lichaamstaal heeft een grote invloed op hoe we overkomen, en daarmee op wat we gedaan krijgen. Ook op de werkvloer speelt lichaamstaal een rol bij onze omgang met collega’s, leidinggevenden, klanten en opdrachtgevers. Maar je hoort eigenlijk vrij weinig over hoe je je lichaamstaal optimaliseert. Daarom gingen wij voor je op zoek naar de belangrijkste do’s en don’ts op het gebied van non-verbale communicatie.

Do’s:

  • Rechtop zitten of staan: zet je voeten stevig op de grond en duw je schouders iets naar achteren, zodat je borst wat vooruit steekt. Strek je rug en je nek en hou je kin iets omhoog. Ook belangrijk: zorg dat je gewicht gelijk verdeeld is en hang niet over naar één kant. Zo kom je zelfverzekerd over en straal je vertrouwen èn betrouwbaarheid uit.
  • De juiste handdruk: aanraken is een krachtig communicatiemiddel en de handdruk is één van de weinige momenten waarop je daarvan op de werkvloer gebruik kunt maken. Geef geen slap handje, maar maak er ook geen armpje drukken van. Met een stevige, prettige handdruk maak je contact en druk je (zelf)vertrouwen uit.
  • Een open houding: laat zien dat je luistert en openstaat voor de ander. Maak oogcontact en leg je handen open op tafel of in je schoot. Je houding (rechtop) en handdruk dragen hier ook aan bij. Een open houding zorgt ervoor dat je toegankelijkheid, betrouwbaarheid en rust uitstraalt.
  • (Glim)lach: lachen kan spanning bij jezelf en anderen wegnemen en schept een band. Wist je dat mensen je zelfs beter onthouden als je naar ze lacht?
  • Maak gebaren: gebaren tijdens het praten kunnen ervoor zorgen dat de boodschap beter overkomt. Net als bij de handdruk maakt het wel een groot verschil hoe je dit doet. Een beschuldigende vinger of gebalde vuist kun je natuurlijk beter vermijden. Kies voor kleine gebaren onder schouderhoogte en met open handpalmen.
  • Reageer met lichaamstaal: als een ander aan het woord is, kun je je lichaamstaal gebruiken om te laten merken dat je luistert. Simpele voorbeelden hiervan zijn knikken, schudden en vragend je wenkbrauwen optrekken.

Don’t:

  • In elkaar zakken: als je onderuit gezakt zit of in elkaar gezakt staat, kom je uitgeblust, slordig, lui of ongeïnteresseerd over. Eigenlijk maak je jezelf kleiner dan je bent, wat ook nog eens onzekerheid uitstraalt.
  • Nerveuze bewegingen maken: friemelen (bijvoorbeeld met je pen, haar of sieraden), trommelen met je vingers of tikken met je voeten laat je zenuwachtig overkomen. Niet alleen straal je dan geen zelfvertrouwen uit, je kunt er anderen ook enorm mee irriteren.
  • Handen verbergen: je handen laten zien betekent dat je open bent en niets voor de ander verbergt. Je handen achter je rug houden kan daarom (onbewust) vervelend overkomen op een ander. Je handen in je zakken steken ziet er vaak ook nog eens ongeïnteresseerd uit.
  • Armen in je zij of over elkaar houden: je bedoelt het misschien niet zo, maar als je met je armen over elkaar gaat staan, kun je ontoegankelijk en stug overkomen. Je armen in je zij zetten ziet er voor veel mensen zelfs bazig uit. Liever niet doen dus.
  • Verbaal en non-verbaal niet met elkaar matchen: alle bovenstaande tips werken eigenlijk alleen als je je verbale en non-verbale communicatie op elkaar afstemt. Je kunt nog zo’n zelfverzekerde houding aannemen, maar als je niet uit je woorden komt, kom je toch onzeker over. Andersom geldt dit ook: met een vlak gezicht zeggen dat je iets geweldig vindt, ziet er onoprecht uit en mensen zouden wel eens kunnen denken dat je het sarcastisch bedoelt.

Als je deze tips toepast tijdens dat lastige klantengesprek of je sollicitatie, kan dat een groot verschil maken. Extra plus: als je je zelf bewust bent van je lichaamstaal, kun je deze ook beter aflezen bij anderen en er zo op inspelen. Als het je lukt om jouw lichaamstaal en die van een ander min of meer op één lijn te brengen, heb je al een hele belangrijke connectie gemaakt.